30. nov, 2014

Speedbike

De kop is er af. Ik ben weer begonnen. Met fietsen. Met lood in mijn zilveren wielerschoentjes stapte ik vanmorgen op. Weliswaar op speedbike en op zolder, maar toch, ik zat. Met Bocelli in mijn oren trapte ik vervolgens minstens een halve banketstaaf aan calorieën weg. Het begin is er.

Ik liep vanmorgen met een zeer dwarse hond in het park. Waarschijnlijk volgde hond zijn vrouwtje, want ook die is al een paar dagen behoorlijk dwars. Waarom ik nu weer dwars ben? Ik zal je de details besparen. Laten we het er maar op houden, dat oud en nieuw zeer elkaar af en toe ontmoeten. Met als daverend resultaat een hoofd vol en een slecht humeur. Ik kan dan of de hele dag in bed blijven liggen. Of een stukje fietsen. Nu vind ik fietsen in de regel heerlijk. Maar dan wel als het iets warmer is buiten. Om als een Michelin-mannetje dik ingepakt op die fiets te stappen, vind ik nooit zo’n succes. Een aantal jaar geleden kocht ik daarom via Marktplaats een speedbike. Die overigens, naar later bleek, van iemand was geweest die aan een hartstilstand overleden was. Slik. De fiets lag al achter in de auto. De koop was bezegeld. Mag toch hopen dat hij deze niet op die fiets had gekregen. Nou ja, wat niet weet, wat niet deert. De één zijn dood... Ik bedoel maar.

Bram was dus zo dwars als wat. Rende van hot naar her en dat is niet erg als hij los is, maar wel als hij in zijn tuig aan een lijntje hangt. Hij is zo onwaarschijnlijk sterk en dito impulsief en trok me dus vanmorgen bijna weer eens ondersteboven. Als een dolle draaide hij in cirkeltjes om me heen. Voor iemand met goede knieën al een hels karwei, laat staan als je één hele slechte hebt. Al weken tob ik met die slechte knie. Red het rondje park met Bram maar net, maar moet het dan de rest van de dag met veel pijn bekopen. Ook voor die foute knie is fietsen erg goed. Het zorgt voor sterke benen, waardoor de ergste druk van mijn knie af is. Het fietsen is dus niet alleen goed voor mijn humeur, maar - oh jongens wat een wereldnieuws - zeker ook voor mijn lijf.

Ik klom dus op de fiets. Ingeklemd tussen traphek en schuin dak ging ik de eerste kilometers tegemoet. Met een florissant uitzicht op wasmachine, droger en strijkplank. Eerst fris half voorover gebogen. Handen losjes op het stuur en gezellig meeneuriënd met mijn grote blinde vriend. Een half uur later drijfnat van het zweet en liggend met ellebogen op het stuur. Niet meer neuriënd. En al helemaal niet gezellig. Mijn tong schampte bijna het grote vliegwiel. Wat vooral opviel was mijn buik. Die zat gruwelijk in de weg. Voortaan maar het stuur een stukje  hoger.....🙂