12. okt, 2014

Keep calm

Wild ben ik. In mijn hoofd en in mijn doen en laten. Had zomaar drie dagen vrij afgelopen week en die heb ik, al zeg ik het zelf, best nuttig besteed. Met kringlopen, klussen, lopen met hond en op de valreep kamer van zoonlief geschilderd. Het schilderen was, met muziek hard en ramen wijd open, een feestje. Maar voordat ik tot dat schilderen kwam, moest ik toch eerst het nodige puinruimen. Alle schoolboeken weer keurig op stapels. Planken van de muur. Leesboeken in dozen. Fotolijsten van de muur en bed van de kant. Wat er niet allemaal onder dat (2-persoons)bed vandaan kwam. Kwijt gewaande sokken. Hele setjes. Of juist die enkele. Geld. Snoeppapiertjes, oordopjes. Potloden en pennen. En stof. Veel stof.

En ik had al zoveel stof tot nadenken. Over het leven. Mijn leven in het bijzonder. Want dat die roerig is, moge duidelijk zijn. Hinkend van de ene gedachte op de andere, verlies ik me het ene moment volledig in het negatieve, om er dan op een volgend moment weer hieperdepiep positief uit te komen. Ik weet wat ik mis, maar de invulling van dat gat is nogal wat. Iets waar ik geen invloed op heb en waar ik hopeloos gefrustreerd van raak. Juist omdat ik er niet meer bij kan en blijkbaar niets kan doen om dat tij te keren.

Kortom, de onrust in mij is terug van weggeweest. Met alle gevolgen van dien. Ik val mensen weer lastig met mijn verhalen over weleer. Ik lijk wel zo’n langspeelplaat waar de naald telkens in blijft hangen. Ik kom niet vooruit. Blijf letterlijk daar waar ik was en waar ik niet meer moet zijn. En degene die mij dat ene zetje zou kunnen geven (zo denk ik dan heel naïef), waardoor de muziek weer vrolijk verder zou gaan, die geeft niet thuis. Aan die deur wordt niet meer gekocht. Ongetwijfeld heel wijs vanuit diens gedachtengang, maar ik schiet er toch weinig mee op. En wat hem wijs en sterk maakt, maakt mij juist tot een hopeloze loser. Waar ik dan zelf weer niet zo blij van word. Sterker nog, het stemt mij tot algehele droevenis. Met als triest hoogtepunt een vrijdagavond waar ik tot overmaat van ramp de aanleiding van mijn persoonlijk drama tegen het -slik- grote lijf loop. Daar waar het eerst een stortvloed aan woorden gaf, is het nu oorverdovend stil. Mijn debakel is compleet.

Pepernoten wil ik eten. Met een dikke reep chocola. Afgewisseld met een handvol chips, nootjes en een dikke plak worst. Van alles veel graag. Zodat ik daarna reden heb om zielig te zijn. En ik misselijk van ellende mijn bed in kan kruipen. Dekbed ver over mijn hoofd.
Morgen een nieuwe dag.