7. okt, 2014

Toeval bestaat niet

Als een kind zo blij ben ik. Ik heb nieuwe kringloop ontdekt. Nou ja, ontdekt. Dat dan weer niet. De kringloop bestond natuurlijk al, maar ik wist van het bestaan niet af.

Toen ik zelf nog een winkeltje had in tweedehands (kinder)spullen, was ik wekelijks te vinden in allerhande kringloopwinkels. Ik struinde stad en land af. Altijd met de achterbank plat, want dan kon er lekker veel mee. Boeken, houten speelgoed, meubels. Commodes, bedjes, boxen. Ik zal wat versleept hebben in mijn oude auto. Hoeveel kastjes, stoeltjes en tafeltjes zal ik niet schoongemaakt, gepoetst, maar ook geschuurd en geschilderd hebben? Ieder vrij uurtje stak ik in het opknappen van meubeltjes. Muziek hard en dan die ene foute schommelstoel helemaal kaal schuren. De bedoeling was om alles wat ik onder handen kreeg, te schilderen. In hippe kleuren. Maar, als ik dan eenmaal aan het schuren geslagen was, kon ik niet meer stoppen. Bij het zien van kaal hout, krijg ik iets hebberigs. Word ik wild. Krijg ik het warm en wil ik nog maar één ding. Nóg meer kaal hout. Alle verf moet er van af. En tja. Dat is niet alleen een berenklus, maar ook niet handig natuurlijk. Voordat er dan een kleurtje op kan, moet het natuurlijk eerst gegrond worden. En daar heb ik, juist ja, een grondige hekel aan. Die verf die niet vloeit en ook nooit eens spontaan in één keer dekt. Brrr. Menig kastje of stoeltje werd dan ook kaal gelaten. En in de blanke was gezet. In al zijn eenvoud zo mooi. Zo puur. Om vervolgens in mijn etalage te belanden. Met een beetje mazzel was het dan diezelfde dag al verkocht.Big business? Ik hield er werkelijk geen stuiver aan over. De winst verdween in de torenhoge huur die ik moest betalen.

Ah, mijn winkeltje. Nou ja, beter: ons winkeltje. We deden het met zijn tweeën. Allebei een kantoorbaan er naast en evengoed vijf dagen open. Wat een feest was het als we er allebei stonden. Gierend van de lach om de zoveelste blunder. Of de zoveelste foute klant die binnenkwam. Hilarische toestanden bij het omhoog tillen van al die meubels naar zolder. Shocking-klem op de trap met een antieke kinderwagen. En dan de deurbel horen. Een kassa die onbeheerd was. Midden in de stad. In één van de drukste straten ook nog. Hoe leuk wil je het hebben.

Ik had de winkel al ruim een jaar toen zij binnen stapte. Volslagen onbekend. Bos wilde blonde krullen. Een paar ogen met pretlichtjes. Op een zaterdag. Ze kroop achter mijn toonbank en is er nooit meer weggegaan. ‘Liefde op het eerste gezicht, maar dan anders’, zo stond er in het eerste sms-je dat ik van haar kreeg. En zo was het. Zo voelde het ook. Meteen vertrouwd. Meteen goed. Toeval bestaat niet, zei nog niet zo heel lang geleden iemand tegen me. Ik geloof dat. Ben er eigenlijk heilig van overtuigd. En het is dat we allebei iets te veel met mannen hebben, maar anders hadden wij zo maar ons leven samen kunnen delen. Of zo. In ieder geval samen een huishouden kunnen hebben. Dat had een dolle bonte boel geworden. Met veel mooie, prachtige vondsten van Marktplaats, rommelmarkten en kringlopen. Zij is er namelijk nog gekker op dan ik.

In onze winkel verkochten we ook positiekleding. Ingebracht door klanten. En soms zat daar zo maar een mooi zwart jurkje tussen of een leuk vestje. Helemaal niets positie-achtigs aan. Maar die wij, iets ronder dan gemiddeld, wel pasten. Stom natuurlijk om het dan niet te kopen. Wie appelen vaart, wie appelen eet. De klant kreeg haar deel en wij hadden een leuk setje. Volkomen legaal. Al zeiden we dan niet tegen de klant dat we zelf de grootste afnemer waren van haar ingebrachte spullen. Totdat we een keer samen een avondje in het theater doorbrachten. Ik in het mooie zwarte jurkje. Zij in het leuke vestje. En de voormalig eigenaresse van beide kledingstukken ons tegemoet liep. Wij onder de stoeltjes, slap van het lachen. Van de voorstelling kregen we weinig meer mee.

De winkel werd uiteindelijk verkocht. Zes dagen in de week werken, eisten hun tol. We vervreemdden van man en kind(eren), maar raakten verknocht aan elkaar. Nu, zonder winkel, is het kaal. Te kaal. Zien we elkaar veel te weinig. Toch is het altijd goed. Toen ik vorig jaar eenzaam en verlaten in mijn eigen huisje zat te kniezen, stond ze voor mijn deur. Met glazen (jam)potje en bosje tulpen. De blonde krullen iets grijzer. De ogen nog net zo sprankelend. En twee armen waar ik even in mocht schuilen. Toeval bestaat niet.