21. sep, 2014

Zomaar een dag

Hoe mooi kan het leven zijn. Van de week samen met vriendin het park in. Allebei met hond. Zij heeft een chocoladebruine en ik een blonde. Zodra de twee mannen elkaar zien, zijn ze dol van vreugde. Happen in elkaars bek en oren. En rennen als een dolle achter elkaar aan. Noem de andere  hond zijn naam en ‘de staart maakt overuren’, aldus vriendin. Pro forma lopen wij met de mannen mee. Maar eigenlijk kunnen we net zo goed op een bankje gaan zitten en praten. De mannen laten zichzelf uit.

Het zijn lekkere honden. Allebei. Toch mankeert er wat aan. Want, ze zwemmen niet. Waar andere honden enthousiast urenlang de sloot op en neer zwemmen, stappen die van ons alleen langs de waterkant in de sloot. Maken veel kabaal, plonsen wat af. Maar zwemmen? No way.

Om het zelf nou een keertje voor te gaan doen, gaat ons iets te ver. Dus we moeten met iets slims komen. Nu zijn daar in de dierenindustrie mensen voor afgestudeerd en is een stap richting  dierenwinkel zo gemaakt. En warempel. Er is al over nagedacht. Een balletje dat kan blijven drijven. Verpakt in een kleurig stofje met wat losse uiteinden. Honden happen er maar al te graag in. Het kleurtje is dan vooral voor ons. Want honden zijn, bij mijn weten, kleurenblind. Ik kies voor oranje. Mijn lievelingskleur naast lichtblauw. En het staat zo leuk bij mijn gympen.

We schudden eerst een heel leger honden van ons af. Die honden zijn prima hoor, maar die hondenbazen…  Zit je midden in een gesprek, kletsen ze er dwars doorheen of erger, mengen ze zich in dat gesprek en lopen ze ook nog gezellig een stukje met je op.  

Als de vreemde honden met hun baasjes elders zijn, proberen we ons oranje kleinood eens uit. We gooien het een klein stukje de sloot in. De mannen happen er blij achter aan. Dan de bal iets verder. De hond van vriendin, drie jaar oud en nog nooit één schoolslag gezwommen, krijgt er lol in en zwemt er blij naar toe. Ons jubelend aan de kant achterlatend. Met bibberlip. “Wat wordt ons kind groot hè?” Vriendin legt het spektakel vast op de telefoon. Voor het nageslacht. Alsof haar zoon zijn zwemdiploma heeft gehaald.

Mijn ‘zoon’ kijkt vertwijfeld toe. De show is vandaag voor zijn vriend. Wie weet en zwemt hij straks die sloot over. Of morgen. Of overmorgen. Hij is 10 maanden. En mag dus nog even spartelen in het pierebadje.