13. sep, 2014

Opgeruimd staat netjes

Waar ik voor vreesde, is uitgekomen. Vier dagen naar kantoor betekent vier dagen van huis. En die ene vrije dag, zo in het midden van de week, is dan zo’n dag waarop je alles moet doen. Huishouden, uit schuldgevoel extra lang met mijn blonde viervoeter op stap, boodschappen en nog iets leuks voor mezelf.

Het leuke voor mezelf schiet er de laatste weken behoorlijk bij in. Als ik wil fietsen, regent het. Als ik wil shoppen blijkt mijn saldo lager dan gedacht. Als ik wil lezen, heb ik het boek al uit. Of ik heb gewoonweg geen tijd voor iets leuks. Omdat mijn huis een puinzooi is. De was tot het plafond ligt opgestapeld en de te strijken kleren die berg evenaren.

Toch deed ik op die ene vrije dag zo waar iets nuttigs. Al vroeg op de ochtend besloot ik mijn eigen kamer eens uit te soppen. Eigen kamer? Jip. Eigen kamer. Met heus eigen bureau, laptop, leesstoel, boekenkasten en hobbykast vol spullen waar ik nooit iets mee doe, maar die ik echt, echt echt waar, niet weg kan doen. Want? Nou, er hangen te veel herinneringen aan vast. Lintjes uit mijn winkelperiode, stofjes uit mijn hartjes tijd. Wol en pennen uit mijn breiperiode, wissellijsten omdat je er daar gewoon nooit genoeg van kunt hebben en houten kralen, eh, nou eh gewoon, omdat ik daar blij van werd. Werd. Want nu doe ik er immers niets mee. Maar je kunt nooit weten. Stel, ik verval weer in een kralenfetisj. Is het mooi als ik ze bij de hand heb.

Wat een luxe. Een eigen kamer. Een eigen plek. Opgeëist toen ik nog thuis werkte en ik urenlang achter de computer zat. Op zoek naar nieuws en inspiratie voor het schrijven van artikelen. Met mijn blonde pup onder mijn bureau te knagen op, met een beetje mazzel een knuffel, maar vaak genoeg ook mijn voet. Nu is pup ineens puber en ruim 35 kilo schoon aan de haak. Die wel de trap op durft, maar er niet meer van af. Zo ontdekte ik laatst. En ik met het zweet op mijn bovenlip en een bange bewegende Labrador in mijn armen op mijn kont de trap af moest. Enig idee hoeveel zo’n hond weegt als hij ook nog beweegt? Ik kan het je zeggen… veel! Heel veel. Ik ben wel iets gewend qua tilsessies vanuit mijn winkelperiode, maar het angstzweet brak me toen letterlijk uit. Want stel dat hij naar beneden stuitert? Zijn poten of –slik- zijn nek breekt? We kwamen allebei heelhuids beneden.

Op mijn eigen kamer schrijf ik. Draai ik mijn eigen - volgens mijn kind foute - muziek en kan ik zoveel foto’s, gedichten en kaarten op hangen als ik zelf wil. En waar ik dus met grote regelmaat zit. Inderdaad om te schrijven, maar meer nog om weg te dromen of na te denken.
Vandaag de eigen kamer dan eens een keertje opgeruimd. Er stonden nog tassen en dozen met spullen uit mijn andere huis. Waar ik al zeker een half jaar niet naar had omgekeken. Wat kan een mens een troep hebben. Knipsels, boeken, gedichten, tijdschriften, doosjes, knopen. Van alles kwam er uit die verhuistas of –doos. Acht maanden was ik weg. Voor minstens tachtig maanden aan herinneringen trof ik aan. Lieve kaartjes van vrienden, geprinte mailberichten van een hopeloos uit zicht geraakte geliefde, souvenirs uit Rome… Brrrr. Tussen het ruimen door pinkte ik menig traantje weg. Van geluk of verdriet. Die maanden waren namelijk de donkerste uit mijn bestaan. Toch ben ik nu een stapje verder. Letterlijk en figuurlijk. De kamer is ordelijk, schoon en opgeruimd. Zo ook mijn hoofd. Ook daar is, al is het waarschijnlijk maar voor even, alles keurig opgeborgen. In de juiste vakjes: gisteren, vandaag en morgen. Dat wat was, is niet meer. En dat wat is, moet anders worden. Ik ga op reis. Met mijn herinneringen als bagage voor de dromen voor morgen.
The future belongs to those who believe in the beauty of their dreams (Eleanor Roosevelt). Kom maar op. Dromen zat hier.