28. aug, 2014

Vak apart dat coachen

Oef. Ik zag het zo zitten. Maar nog voordat die goed en wel begonnen was, kent mijn carrière als voetbalcoach al weer een einde. Een roemloos einde ook nog, want de eerste wedstrijd werd verloren met 10-1.

De aanloop naar de wedstrijd verliep wat stroef. Of stroef. Wat heet stroef. De aanloop verliep niet. Leek de chaotische coach in den beginne zo blij met mijn komst (hij smoorde me haast van blijdschap laatst bij een plaatselijk voetbalfestijn), zijn liefde bekoelde sneller dan ik had gedacht. Nu komt dat laatste helaas vaker voor rondom mijn lieftallig persoon – ik noem geen namen – maar voor er überhaupt ook maar iets van genegenheid tussen ons was opgebloeid, moest ik al trekken en sleuren om maar aan informatie te komen. Over mijn rol in het geheel, wat ik moest doen en wat men van mij verwachtte. En als ik ergens een hekel aan heb, is het wel trekken aan een paard dat voor pampus in de wei ligt. Nog net niet dood, maar toch al een heel eind op weg.

“We kijken wel bij de eerste wedstrijd. Het wordt vast helemaal leuk”, zo kreeg ik via de app te horen. Nou, dat werd het dus niet helemaal. En dat kwam echt niet door die enorme plensbui die ik over me heen kreeg toen ik als een volleerde coach aanwijzingen langs de kant gaf. Of aanwijzingen… in de ogen van de kenners sloeg het waarschijnlijk helemaal nergens op dat wat ik riep. Toch is in het land der blinden eenoog nog altijd koning. Want als je staat opgesteld als spits en je weet niet eens wat dat is, dan lijk ik al gauw heel wat.
Lang verhaal kort: de wedstrijd was erg leuk om te ervaren, maar het gedoe er om heen, vond ik maar niets. De ene coach vond vooral veel van de andere. En vice versa. Ik stond er bij en keek er naar. Met mijn voelsprieten fier overeind. Dat ging ‘m dus niet worden. Ik heb daar zo geen zin in. Ben juist opgestaan voor die meiden om daar zelf energie van te krijgen. Mijn eigen accu moet weer eens wat voller raken. Maar met een Statler en Waldorf naast me gaat dat echt niet lukken. Een nachtje slapen en ik was er uit. Dit jaar geen Sil langs de lijn bij de meiden. Kan ik wel weer lekker bij mijn eigen blonde voetbalvriend kijken. Al moet ik dan echt stil zijn. Mijn kaken strak op elkaar houden. Die moeder die schreeuwt, maar dan ook nog met grote regelmaat de plank daarbij volledig mis slaat, die was ik de laatste jaren te vaak. En dat gaat niet meer. Zoonlief wordt te oud. Te wijs. Of is het eigenwijs? Maakt het uit. Hij heeft gelijk. Het is zijn show. Niet die van mij.