31. jul, 2014

Passione è la nostra forza

Ik ben er. In Veneto. Daar waar mijn vader is geboren. Vanaf de snelweg weet ik de weg met mijn ogen dicht naar mijn tante. We gaan echter eerst naar ons vakantiehuis. Speciaal voor zoon in heus vakantiepark met veel zwembaden, strand en sport. Op naar de kust dus. Tante woont op het platteland en daar doe ik man en kind echt geen plezier mee.

Het huisje is simpel. We zijn met zijn drieën en dus is er ook precies genoeg voor drie. Drie lepels, drie borden… drie stoelen… Het is te zot voor woorden. Eerst maar wat (plastic) bestek en glazen er bij halen, anders blijf ik de hele dag afwassen. Gelukkig is er wel een espressopruttel. Make my day, zou ik zeggen. Het park is vol. Vol met veel mensen. Gelukkig niet alleen Nederlanders, maar ook veel Denen, Italianen en af en toe een verdwaalde Duitser. Ik ben zelf natuurlijk ook een toerist, maar oh goden, wat heb ik er altijd een hekel aan om tussen zoveel andere toeristen te lopen, te zwemmen of te eten. Liever zit ik in dat vergeten dorp, op die berg of midden tussen de maisvelden. Het is niet anders en ik pas me aan. Eens komt de tijd dat ik het wel kan. Zonder me schuldig te voelen naar man en kind. Als ik maar wel af en toe alleen weg kan op de fiets. Of naar het dorp van mijn vader. Het kerkhof waar mijn opa en oma liggen. Een bloemetje brengen, even stilstaan bij hoe het ooit was. Mijn roots. Ik ben er weer dichtbij en jongens, wat voelt het goed.

Van broerlief krijg ik de opdracht op zoek te gaan naar huizen die te koop of te huur zijn. Hij weet zelfs wat adressen voor me, waar ik kan gaan kijken. Lang leve internet. Maar, mijn zegen heeft hij. Want waar ik moet kijken, dat is zo’n slaperig dorp. Waar een paar duizend mensen wonen. Waar ik als kind, als ik op straat liep, werd herkend als “dat moet er één van Bianchin zijn”, vanwege mijn blauwe ogen. Ons kent ons. Ook al was ik dan geboren in Nederland. Maar mijn vader blijkbaar nogal populair. Of berucht. Het is maar net hoe je het bekijkt. Vaderlief hangt dan ook nog altijd, zelfs na bijna 60 jaar, op A4 formaat, in één van de twee barretjes die het dorp telt, tussen de zwart-wit foto’s van “toen”. Als jongen van 18 met zijn vrienden. Gek idee eigenlijk, dat mijn vader voor ons ook een eigen leven heeft gehad. Ook hij was op zoek en dacht het gevonden te hebben in Nederland. En, zo is het natuurlijk wel, als hij niet had gezocht, was ik er nooit geweest.

Op dag twee spring ik op mijn fiets. Er staat een redelijk windje, waardoor de zon niet zo brandt. Er schijnt een fietspad aangelegd te zijn. Ik ben benieuwd, want in de regel staat Italië nou niet bekend om zijn beste fietspaden. Ook deze keer stelt het eigenlijk niets voor. Het pad leidt me dwars door een park, over grindpaden, stoepen en vluchtheuvels. Hele gezinnen lopen met hond en al op het fietspad, waardoor ik continu moet remmen of zelfs af moet stappen. Ik verbijt mijn ergernis, maar duik zo snel als ik kan de snelweg over een landweggetje in. Kijk, nu wordt het leuk. Mais aan de ene kant. Torenhoog. Wijngaarden aan de andere kant. Ik passeer prachtige nieuwe landhuizen, maar ook die oude verlaten huizen, die half op instorten staan. En waar mijn hart altijd sneller van gaat slaan. Want die huizen hebben een verleden, een eigen verhaal. Daar hebben families gewoond. Daar is geruzied, maar ook lief gehad.

De zon staat hoog aan de hemel. Ik ruik Italië. Hoe heerlijk is het. Het enige nadeel is dat ik niet zo goed weet waar ik precies fiets. Mijn richtingsgevoel, zo leert mij het verleden, is ook al niet zo heel betrouwbaar. Toch fiets ik stoïcijns door. Gedreven door dat heerlijke gevoel dat het me geeft, mijn passie voor Italië en het fietsen. Ik las gisteren in het voetbalstadion van Udinese de woorden “Passione è la nostra forza”, oftewel passie is onze kracht. Ik geloof er in, het is in ieder geval mijn kracht. Ik laat me er maar al te graag door leiden. De passie leidt me nu echter steeds verder van het vakantiepark af. Ik lees het boek “Wild” van Cheryl Strayed. Gekregen van mijn vriendin. Als ondertitel kreeg het boek ‘Over jezelf verliezen & terugvinden & 1700 km hiken” mee. Ik heb het bijna uit en waan me, nu zo alleen op de fiets, bijna zoals Cheryl op haar eenzame voettocht dwars door de Sierra Nevada. Alleen fiets ik op een polderweggetje in Noord-Italië en zijn mijn weersomstandigheden iets gunstiger. Toch zou het wel handig zijn als ik mezelf binnenkort ook weer eens terugvind. Jezelf verliezen is één, maar jezelf terugvinden is, zo is mij gebleken, toch nog een heel gedoe. “Even met je kop schudden, je wonden likken en dan weer verder Sil”, zo zei een steun en toeverlaat vorig jaar tijdens een wel heel beroerde zomer tegen me. Dat “even”, dat ging ‘m niet worden. Maar toch schud en lik ik. Op mijn geheel eigen wijze. Het helpt. Soms een dag, soms een week. Soms een paar maanden. Het zijn mijn eigen stuiptrekkingen geworden. Uiteindelijk zal het wel weer eens goed komen met me. Ik krijg daar steeds meer vertrouwen in. Waar ik minder vertrouwen in krijg, is de weg terug naar het vakantiepark. Mijn heerlijke landweg leidt niet tot de weg die ik in mijn hoofd had. Ik sta weer op die snelweg, maar dan zeker 10 kilometer verder dan waar ik ‘m verliet. De borden wijzen naar links. Maar om nou langs de snelweg te gaan fietsen... Suïcidaal ben ik nog altijd niet en dat wil ik het liefst voorlopig ook zo houden. Verder fietsen en steeds verder van het park af raken, lijkt me niet slim. Vooral niet omdat ik, ondanks de warmte, geen bidon bij me heb. Ik wilde een klein uurtje fietsen, maar ben al anderhalf uur onderweg en ik moet nog terug. Passie of geen passie, ik besluit maar eens verstandig te zijn en precies dezelfde weg terug te fietsen. Het wordt een lange anderhalf uur terug. Ik zie geen wijngaarden of maiskolven meer. Laat staan oude huizen. Ik kan alleen nog maar denken aan mijn schoenen die zeer doen, de zon die op mijn schouders brandt en mijn droge mond. Ook nu lik ik. Maar dan om mijn lippen nat te houden. Aan wonden likken kom ik nu echt niet toe. Drie uur na weggaan kom ik dorstig en verhit bij het huisje aan. Manlief en zoon zitten gezellig samen in de schaduw te kaarten. Of ik stuk zit, zo vragen de mannen. Jip. En goed ook. Ik drink eerst een fles water leeg, hijs vervolgens mijn vermoeide en natte lijf in bikini en duik het zwembad in. Even afkoelen. Dit is toch wel erg lekker hoor. Zelfs in een vakantiepark.