14. jul, 2014

Volle maan

Een volle week. Met werken, solliciteren en paspoort regelen bij het Consulaat. Een volle week met volle maan. Zelfs een Super Moon, zo vertelt mij iemand op Facebook. Lekker dan, word ik helemaal zo wild als hooi.

Solliciteren? Maar ik had toch al een baan? Jazeker, maar voor 2 dagen. Ik werkte er altijd 4, dus moet er van het UWV nog 2 zien te vullen. Zo kwam het dat ik een vrolijk mailtje stuurde naar een andere oud-collega, die dan nu ook notaris is. Een mail met gevolgen. Want, deze werd bijzonder goed ontvangen. Zelfs “als een geschenk uit de hemel werd gezien”. Dat heb ik weer. Wil ik eigenlijk helemaal niet meer terug in het notariaat, zit ik er straks de hele week. Ik werd uitgenodigd voor een gesprek. “Zo, jij bent ook goed geconserveerd gebleven”, was de openingszin van mijn wellicht toekomstige baas. Kijk, dit is een man naar mijn hart. Hoe leuk wil ik het hebben? Of ik er ooit zal werken, moet ik nog horen. Maar ik heb zo maar het idee dat ik na mijn vakantie ineens twee banen tot mijn beschikking heb. Lucky me.

Deze week dan ook eindelijk eens naar het consulaat. Het is niets dat ik een Italiaans paspoort heb, maar voor een nieuwe heb je daarbij het consulaat nodig. Nu nog in Amsterdam, maar straks in Den Haag. En.. je kunt er  niet zo maar meer binnen vallen. Nee, je moet er online een afspraak voor maken. In mijn geval kon ik er pas na de zomer terecht en dat is niet handig als je paspoort al verlopen is en je over twee weken naar Italië gaat. Lang verhaal kort… ik kon op wachtlijst en mocht onverhoopt tussendoor. Uitgerekend op de warmste dag van de week. Grrr. Liep ik dan met zoon in een snikheet, maar overvol toeristisch Amsterdam. Voor het leuke ook nog in een lange broek met warme gympen. Als ik dan ergens een hekel aan heb, zijn dat mijn voeten in dichte schoenen.

Het consulaat was leeg en verlaten. Triest en donker. Voor mij een echtpaar, na mij helemaal niemand. De dame die me hielp, was uitermate vriendelijk. Ratelde in een rap Italiaans aan één stuk door, maar kon mijn paspoort niet mee geven. Het geboortebewijs van zoonlief ontbrak op het consulaat. Had ik die dan nodig? Ja. Stond dit op de site? Nee. GRRRRRRR. Maar.. hoorde ik het nou goed? Zei ze nou net dat mijn zoon de Italiaanse nationaliteit heeft? Ik krijg het ineens bloedheet. Begin te stamelen. Is hij echt Italiaans? Zijn vader is Nederlands en hij is geboren in Nederland. Op zijn aangifte staat dat hij van rechtswege Nederlands is. “Ja, maar u bent toch Italiaans…? Dan is hij het natuurlijk ook.” Hij heeft er dus twee. Twee nationaliteiten. Mijn blonde al zo grote vriend. Italiaans én Nederlands.

Ik word er stil van. Voel me nou niet bepaald de slimste van de klas. Maar een rijk en diep gevoel overvalt me. Ik wist het echt niet. Wat een heerlijk nieuws. Wat maakt het nou uit wat voor nationaliteit je hebt…? Ik hoor het je denken. Eigenlijk niets, je bent wie je bent. Maar toch.. maar toch…  Ik kan dat stukje dat mijn vader mij heeft mee gegeven, nu ook “echt” doorgeven aan hem. Dat speciale stukje waardoor ik me toch altijd anders voel dan de mensen om mij heen. Niet meer, niet minder. Maar anders. En wat dat anders is? Ik kan het slecht benoemen. Maar het voelt als een vuurtje van binnen. Dat dag en nacht brandt. Af en toe als waakvlam, dan weer als een spectaculair vreugdevuur. Dat trotse, warme gevoel, dat maakt wie ik ben. Hoe ik denk, hoe ik doe. Waardoor mijn hart openspringt zodra ik ook maar iets Italiaans hoor. Of het nou muziek is of een gesprek. Ik bij de geur van verse tomaten of een pruttelend espressopotje al gelukkig word. Geuren die me terugbrengen naar mijn (Italiaanse) oma. En later naar mijn tante. Allebei hadden ze in de tuin hele rijen tomatenplanten staan, waar ik dan, voor het middageten, de tomaten vanaf mocht plukken. Die geur die daarbij vrijkwam… oef. Zo, zo lekker. Niet voor niets sta ik op iedere groente-afdeling aan alle tomaten te snuiven als een verzadigd varken in de modder. Nog blijer word ik van de geur van een espresso. Thuis hebben we een volautomatische espressomachine.  Een toppertje. Gemak dient de mens en de koffie is prima. Maar, eigenlijk maal ik veel liever zelf de bonen en zet ik dat prutteltje op het vuur. Zoals ik deed toen ik een eigen, maar ander dak boven mijn hoofd had. Zoals mijn oma. Zoals mijn tante.

Zoonlief ondergaat het voor mij zo grote nieuws schijnbaar gelaten. “Oh, ok.” Een paar minuten later vraagt hij zich hardop af of hij, mocht hij onverhoopt toch profvoetballer worden, dan ook voor Italië mag uitkomen. Dat mag hij. Of voor Oranje. Kan hij zelf kiezen. Kijk, nu wordt het ineens een stuk leuker. Een paar uur later zucht hij vergenoegd naast me in de trein: “Mam, ik vind het eigenlijk toch wel tof. Eerst moest ik altijd zeggen dat ik maar een kwart Italiaans was. Nu ben ik het helemaal.” Zo is het.

Nu maar hopen dat de verplichte militaire dienst in Italië afgeschaft is. Zo maar even het internet op. Anders kan hij straks nog op appèl. Nou, weet je wat, dan breng ik hem wel. Blijf ik daar meteen wonen. Op één van de zonovergoten heuvels. Tussen de cipressen. Of gewoon, op het platteland. In een simpel huisje tussen groen. Beetje schrijven in de schaduw. Her en der wat tomatenplanten. Af en toe een goed glas wijn, wat brood en salami. Het prutteltje op het vuur. Veel boeken en natuurlijk de man van mijn dromen aan mijn zijde. Oef. Ik dwaal af. Het is echt volle maan. Sorry, Super Moon. En ik super wild.