2. jul, 2014

Feest

Een hond is heerlijk. Een feestje op vier poten. Met name dan die van mij. Hij is blij, lief en grenzeloos enthousiast. En om op te vreten. Totdat hij met een konijnenpoot in zijn bek aan komt lopen. Het bruine bontje zit er nog om. Of, zoals vandaag, een dode vogel uit de berm opvist. Een vogel die ook nog eens in een verregaande staat van ontbinding verkeert. De dikke witte maden daarbij over zijn blonde neus kronkelen. Dan is de hond ineens niet meer schattig en zeker geen feestje. Maar meer een nachtmerrie. Want wat te doen? De vogel uit zijn bek trekken is geen optie, daar deze al van ellende uit elkaar valt. Gedurende de 100 meter dat hond stralend en stoer voor me uitloopt, verloor het vogeltje al diverse onderdelen. Tja. Dan sta je. Te griezelen. Te kokhalzen van de geur die hond en vogel verspreiden. Brrr. “Kom maar Bram, kijk eens wat ik heb”. Een sneu snoepje. Alsof die op kan tegen zo’n heerlijke versnapering als die hij in zijn bek heeft. Bram gaat er eens goed voor liggen en begint verheerlijkt te kauwen op zielepiet. Het knarst en het kraakt. De rillingen lopen over mijn lijf, maar ik probeer toch het kadavertje een zet met mijn voet te geven. Gelukkig heb ik mijn gympen aan deze keer. Bram laat zich niet gek maken. Toch wil hij ook het snoepje van mij. Bram kon een kind van mij zijn. Want ook ik ben altijd gretig. Wil het liefst dubbel en altijd meer. Om het snoepje te pakken moet hij de vogel wel even los laten. Waardoor ik een ruk aan zijn riem kan geven en Bram van de vogel kan trekken. Getver, wat is dit vies. Op zijn neus lopen de maden ondertussen in polonaise. Die vieren hun eigen feestje. Bram vindt het allemaal best. Heeft er niet eens erg in. Ik mag toch hopen dat hij straks de sloot in duikt en die griezels het ruime sop verkiezen boven zijn blonde vacht.

Bram is de vogel al weer vergeten. Voor hem ligt immers een lange brede weg vol uitwerpselen van zwanen. Hoe mooi kun je het hebben. Likkend en happend baant hij zich een weg. Tegen de tijd dat we in het park zijn, is zijn buik vol. En rolt hij vergenoegd de sloot in. Het leven is één groot feest.