30. jun, 2014

So be it

Suarez. Ik moet het er wel haast over hebben. Want hoe overdreven is de heisa die er om heen hangt. Een straf okay. Misschien een iets zwaardere omdat hij blijkbaar niet leert van gemaakte fouten uit het verleden. Maar is deze straf niet een beetje buitensporig? Als je iemand heel bewust een doodschop geeft, blijft het bij een rode kaart en hooguit drie wedstrijden schorsing. Hij moet zelfs voorgoed geschorst worden, zo roept men. Tja. Laat ik voorop stellen dat ik iedere vorm van geweld verafschuw. En dat bijten bij een volwassen man niet hoort. Maar ja. Daar zeg je zo wat. Is hij wel een man? Is Suarez niet gewoon een groot kind gebleven? Een heel groot kind dat toevallig waanzinnig kan voetballen en daar bespottelijk veel geld mee verdient? En dat hij zijn tanden zet in een Italiaan… Persoonlijk kan ik me daar dan weer alles bij voorstellen. Want ook ik zou dat wel eens willen doen. Wel met een andere intentie, maar evenzo in het vuur van het spel ;-). Al was ik dan niet voor Chiellini gegaan. Dat dan weer niet. Maar goed. Resultaat is Suarez naar huis, een wedstrijd later gevolgd door het gehele nationale elftal. Uruguay is exit. Net als Italië overigens. ‘Moeten ze maar beter voetballen’, zo mompelde ik nog bij de uitschakeling van de Azzurri. Zoonlief is not amused. Kan mijn bloed wel drinken om die wel heel onnozele opmerking. Met vuurspuwende ogen (waar ken ik dat toch van) kijkt hij mij aan. Want wat voor verstand heb ik nu van voetbal? Geen verstand lieverd. Geen. Maar life is a game. En waar gespeeld wordt, kan verloren worden. En hoor eens wie dat nu zegt. Alsof ik tegen mijn verlies kan. Nope. Nooit gekund. Ik wil eigenlijk altijd winnen. Het zit in mijn genen. Boven aan die lijst staan. Gaan voor het maximale. De lat eigenlijk altijd iets hoger leggen dan hoeft. Maar, als je al zo oud bent als ik en ook eens achterom kunt kijken.. wat heeft me dat nu eigenlijk allemaal gebracht? Een hoop stress.

Zo heb ik me altijd suf geleerd. Kwam uit school en leerde tot ’s avonds laat. Stond ’s morgens extra vroeg op om het allemaal nog eens te herhalen. Wilde en zou een goed cijfer halen. Had een lager schooladvies, maar ging, natuurlijk, voor het VWO. Uiteraard haalde ik mijn diploma. Maar, vraag me niet hoe. Met zessen voor alle B-vakken en zevens voor alle talen. Als ik nu naar mijn bijna 14-jarig vriendje kijk…. Tja. Dan weet ik in mijn hart wel wie het beter doet. Want hij heeft alle tijd om spelletjes FIFA te spelen. Om buiten te voetballen. Om precies een half uur voordat hij op de fiets moet naar school, zijn bed uit te stappen. Douchen, aankleden en eten. Makkie. En toch.. toch hoop ik dat hij toch net even dat stapje harder zal gaan lopen. Dat hij iets meer uit zijn schooltijd haalt dan dat hij nu doet. Ik houd hem voor dat hij met een goede opleiding straks betere kansen heeft op de arbeidsmarkt. Wellicht daardoor ook iets meer zal gaan verdienen. Maar dat interesseert hem niets. En dat is logisch. Want als je 14 bent, het leven je op alle vlakken toelacht, je een rijke vriendenkring hebt, je kunt zwemmen, voetballen en gamen wanneer je maar wilt? Wat zou dat ‘later’ hem dan een worst interesseren. Dat ziet hij letterlijk later wel. Als hij op deze manier zijn HAVO kan halen? Wie ben ik dan om hem die stress in te praten? Ik doe het dus ook niet. Houd in deze, hoe wijs en hoe volwassen lijk ik ineens, mijn mond. Daarbij komt ook nog dat hij een hoger IQ heeft dan zijn moeder. En een fotografisch geheugen. Hij komt er dus vast wel. Maar ja. Hij moet dan wel eerst nog even dit jaar over gaan. Want “eh, mam. Ik heb sowieso een onvoldoende voor techniek. Maar dat komt door die leraar.” Om vervolgens langs zijn neus weg te vragen of ik vanmiddag thuis ben. Want? “Nou, als je blijft zitten, word je tussen vier en half zes gebeld.” “Blijf je zitten dan?”, zo vraag ik lichtelijk ongerust. Want dit is nieuw voor mij. Zijn laatste rapport gaf alleen maar voldoendes aan. Geen dikke voldoendes, maar toch, wel voldoendes. Hij kijkt me rustig aan. Ik zie geen aarzeling. Of dan toch, een lichte. “Ik ga denk ik wel over hoor mam”. En weg is hij. Hij gaat voetballen. Met die rijke vriendenkring. Want afwachten totdat dat zwaard van Damocles valt, slaat natuurlijk nergens op. Nee. Mee eens. Dat laat hij mij doen. Zo slim is hij wel. Want nu zit ik toch met een lichte stress in mijn buik naast die telefoon. Lekker dan. Ik, de streber. De moeder, die altijd en alleen maar voor haar kind het beste wilt.

Maar wat is nou eigenlijk dat beste? Een leuke, onbezorgde jeugd. Een ontspannen schooltijd. Lekker buiten voetballen. Hem de kans geven zijn eigen weg te volgen. Ook al is dat dan een weg vol hobbels en kuilen. Ik weet het. Maar toch. Ik wil toch liever niet dat hij valt. Ik wil een mooie rechte weg voor mijn kind.

Maar hoe was mijn weg eigenlijk? Die was recht. Kaarsrecht. Niets geen spanning en sensatie. Tot die ene afslag. Die bracht me wel op een heel moeilijk kruispunt in mijn leven. Het punt waar ik nog altijd sta. Hoe moeilijk ik het ook vind, het voelt wel als ‘mijn weg’. De weg die ik blijkbaar moet gaan.

In dat licht bekeken, is het wel of niet over gaan van mijn kind ineens helemaal niet zo belangrijk meer. Hij volgt namelijk nu al zijn eigen weg. Hij kiest bewust voor een ontspannen schooltijd. Geniet van de dingen die het leven hem op dit moment biedt. Hij zal zelf leren dat hij af en toe een stapje harder moet. Aan mij de schone taak om hem daarin te begeleiden. Hem op te vangen als hij dreigt te vallen of zelfs al gevallen is. Geen idee hoe zijn weg zal zijn of worden. Maar ik hoop dat hij uiteindelijk kan doen wat hij leuk vindt. En daar zijn geluk in vindt. Tot die tijd fungeer ik wel als vangnet.

Het is nog geen vier uur. Ik ga gauw een taartje halen. Stel dat hij gewoon over is. Dan is dat zeker een reden voor een feestje. Ook al kan hij veel beter. Zit er veel meer in hem dan er nu uitkomt. Maar wat in het vat zit….