22. jun, 2014

Dr. Rossi

Hulp zoeken is niet mijn ding. Tot voor kort loste ik alles zelf wel op. Van huis uit zo gewend en mezelf ook aangeleerd. Totdat die kruiwagen met ellende op het punt van kantelen staat, de nachten steeds langer worden en de cirkel waar ik in ben beland me duizelt. Instortingsgevaar op de loer ligt. Als de hulp uit de door mij zo verwachte hoek steeds maar weer uitblijft en ik van gekkigheid niet meer weet wat ik moet doen, beland ik, alle gesprekken met lieve vrienden ten spijt, dan toch zo maar ineens op de divan bij Dr. Rossi. Al blijkt de divan een stoel en zit ik keurig rechtop. Deze Dr. Rossi praat, eureka, wel. Zegt zo maar af en toe hele rake dingen. Natuurlijk ook dingen die ik niet wil horen. Die confronterend zijn en veel stof tot nadenken geven. En goh, dat deed ik al nooit zo veel. Want hoe ga ik alles volhouden, zo vroeg ze me in één van de eerste gesprekken. Tja.. heb ik een keus dan. Ter aarde storten stond niet zo hoog op mijn prioriteitenlijstje en mezelf ziek melden al helemaal niet. Tot Dr. Rossi heb ik het immers ook altijd prima gered? Nou ja, prima. Ik hield me vooral staande. Deed wat ik moest doen, relativeerde een eind heen, draaide op mijn piloot en lag ’s nachts te tollen in mijn bed. Te malen. Om maar eens een favoriete uitspraak van een oude bekende te gebruiken. Hoogste tijd voor wat meer rust in mijn bestaan.

Maar om die rust te ervaren, moet ik eerst die gierende stresshormonen in mijn lijf aanpakken. Al jaren fiets ik. Dat helpt. Het liefst met de wind door mijn haren en de zon in mijn gezicht. In wielerbroek die polder dus maar weer eens in. Favoriete muziek in mijn oren. Blik op oneindig. Sinds kort dan wel in een nieuwe wielerbroek. De vorige was namelijk zo dun geworden dat het niet meer verantwoord was om daarmee op de fiets te stappen. Niet alleen esthetisch niet meer verantwoord, ook fysiek gezien niet. Want de zeem was geen zeem meer. Deed niet meer waar die voor bedoeld was. Mijn nieuwe broek heeft galgjes. En een knalrood kruis. Knalrood. Lekker dan. Beland ik telkens weer in alarmfase 1 als ik die broek uitdoe. Want ja, een rood kruis is meestal foute boel. Deze dus niet. Sterker nog, deze kust me, zo blijkt uit het opschrift in dat zelfde kruis. KISS. Dat staat er. Het schept verwachtingen. Ik ben benieuwd. Maak me gek zou ik zeggen.

Ook wandelen zou me rust kunnen brengen. Want ‘ik moet aarden’, zo zegt een lieve moeder van een goede vriend. Aarden? Hmmm. Met een knie die aan kunstmatige vervanging toe is, is wandelen nou niet direct een optie. En zeker niet zaligmakend. Toch loop ik de laatste tijd wat af. Helemaal nu ik een nieuwe man in mijn leven heb. 

Bram. Bram is groot, blond en sterk. Hij is een Labrador en inmiddels al weer 7 maanden oud. Bram wordt alleen nog al eens geprikkeld. En is dan iets te sterk voor me. Waardoor ik als een halve zombie glijdend op mijn teenslippers door hem wordt voortgetrokken op het fietspad. Bram als een soort sledehond. Maar dan anders. Zo lag ik van de week bijna in de sloot. Bijna, ik kon nog maar net mijn evenwicht bewaren. Het had me wel een klapper gegeven overigens. Want kom eerst maar weer eens uit die sloot. Dan maar hopen dat niemand het heeft gezien, om vervolgens met een nat pak rustig terug naar huis te wandelen. Net doen alsof er niets aan de hand is. Het is niet één van mijn sterkste kanten.

Bram zonder prikkels is echter voorbeeldig. En meer dan een trouwe viervoeter. Bram is mijn soulmate. Hij begrijpt me. Luistert naar mijn ellenlange verhalen die ik al dan niet hardop aan hem vertel. Maar bovenal: Bram is altijd blij. Letterlijk blij om niets. Ik ben dus blij met hem. Ook al heeft hij mijn peren- en hazelnootboom gemolesteerd. Mijn tomatenplanten kaalgeplukt of zijn ligkussen aan flarden gescheurd. Want wat geniet ik van een Bram die met wapperende oren op me af stormt als ik hem roep. Of net als een klein kind heerlijk door de plassen heen stampt. Die iedereen, mens of dier, met hetzelfde grote enthousiasme begroet. Geen vooroordelen kent en overal even onbevangen op af stapt. Hoe simpel en mooi kan het leven zijn. En hoeveel kan ik van deze jonge onbesuisde hond leren. Leren om weer blij te worden. Blij te zijn om helemaal niets.