27. mei, 2014

Wijncursus

Wijn. Rood, wit of rosé. Droog of zoet. Tot zover reikte mijn kennis. Ik dronk het zelf immers niet. Niet uit principe of vanwege een geloof. Maar gewoon omdat ik er niets mee leek te hebben. Nou ja.. dat van dat principe is niet helemaal waar. Ik heb niets met dronken mensen. Heb een hekel aan die mensen die drinken om het drinken. Die op een kermis of een feestje door gaan tot ze er letterlijk bij neer vallen. Of niet meer weten hoe of wat. Zelf ben ik nog nooit dronken geweest. En ja, ik weet het. Volgens vriend en vijand heb ik dus al ontzettend veel gemist in mijn leven. 

Nu ik langzaam maar zeker richting de 50 ga en midden in een midlifecrisis lijk te zijn beland, krijg ik ineens de geest. Ik ga een wijncursus doen. Niet alleen omdat ik er af en toe iets over moet schrijven, maar ook omdat ik denk dat een glas wijn iets toe kan voegen aan al dat eten dat ik wel heel graag en vooral veel nuttig.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik meld me aan voor een basiscursus wijn. En, om te vieren dat ik weer met manlief onder hetzelfde dak woon, schrijf ik ons ook maar meteen in voor een avondje wijn proeven. Manlief is namelijk ook al geen wijndrinker.

Een beetje zenuwachtig ben ik wel. Die eerste wijncursus-avond. Want, even voor de goede orde, ik word geacht tien wijnen te proeven. Tien. Slik. Ik, die al na een paar voorzichtige slokken drank, bijzonder lodderig de wereld inkijk. Zal ik wel in dat spuugbakje spugen en niet er naast? Zal ik me niet verslikken bij het slurpen? En wie zijn mijn medecursisten? Zijn dat echte wijnkenners? Praten ze een beetje normaal of blazen ze vooral hoog van de toren?

De wijndocente is zoals ze zichzelf beschrijft op haar site. Laagdrempelig, enthousiast en vooral gezellig. Ook een beetje chaotisch. En dat laatste bezorgt me een gevoel van herkenning. Mijn medecursisten zijn okay. Op eentje na allemaal van middelbare leeftijd en vooral liefhebber van een goed glas wijn. Levensgenieters. Zo zijn ze denk ik het beste te omschrijven. Een etiket dat ik ook wel weer eens op mijn voorhoofd geplakt wil hebben. Want zoveel viel er in mijn leven het laatste jaar niet te genieten. Iets te veel ellende in mijn kruiwagen. Ellende die ik er zelf overigens in had gekieperd. Zo eerlijk ben ik dan ook wel weer. Want weggaan bij mijn echtgenoot en dan ook nog eens afscheid nemen van een andere grootse liefde in mijn leven, bleek iets te veel van het goede. De kruiwagen bleek vol. Hoogste tijd om dat ding eens te legen. Kom maar op met die wijn dus.

Ik leer te slurpen. Te smakken en te spugen. Ik leer te ruiken. En te omschrijven wat ik ruik. Is het aards? Of ruik ik vooral veel rijp rood fruit? Smaken blijken vol, romig, fris of fruitig te zijn. Proef ik nu een bittertje of juist dat zoetje? Ik leer het verschil tussen een samentrekkend mondgevoel of een opdrogende. Al raak ik daarbij nog al eens in de war. En is mijn mondgevoel ineens vooral optrekkend.

Ik spuug alles uit, maar ben desondanks als een kind zo blij dat ik na die eerste les wordt opgehaald. Want oh jongens… met rode wangen stap ik giechelend bij mijn echtgenoot in de auto. Om vervolgens de rest van de rit mijn mond niet meer te houden.

De lessen daarna leer ik steeds meer. Niet alleen over wijn, maar ook over mezelf. Want hoe leuk word ik niet na een paar slokken. Ik verras mezelf en mijn medecursisten met veelal, al zeg ik het zelf, bijzonder rake opmerkingen. Het meest verrast ben ik over het feit dat ik blijkbaar ook echt proef wat ik hoor te proeven. Niet alleen heb ik na vijf lessen een behoorlijke kennis van wijn op gedaan, maar overweeg ik zelfs serieus om daar een vervolg aan te geven. Wie weet en haal ik mijn wijnbrevet wel. Wat een giller. Ik die nooit drink. Maar nu zo af en toe bij gelegenheid zelf spontaan een fles opentrek. Die ik dan wel in mijn eentje moet opdrinken, aangezien manlief ondanks het gezellige wijnproefavondje nog altijd geen wijn tot zich wilt nemen. Nou ja. Drink ik wel voor twee. Is mijn kruiwagen ook eerder leeg.