De paden op

11. sep, 2022

En zo blijft het leven bewogen. Ik rol van het één in het ander.

Net als ik een beetje gewend ben aan het alleen zijn en aan de vrijheid die dat geeft, belt het kind. Of hij weer thuis kan komen wonen. Ze hebben besloten dat ze niet verder willen. Natuurlijk kan hij terug. Natuurlijk vind ik het fijn. Maar ik moet nu wel aan de bak. De slaapkamers weer verwisselen, op zoek naar een ander bed (de mijne gaf ik blij weg) en alle spullen weer een nieuwe plek geven. Daarnaast moet het kind ook verhuizen en wel binnen een week. Samen met zijn vader haal ik zijn bed weer uit elkaar. Voor de zoveelste keer versjouwen we de loodzware spiralen, de matrassen en de ombouw. Klaar mee. Dit bed wil ik nooit, maar dan ook nooit meer zien. Ik kocht ‘m ooit toen ik voor de eerste keer weg ging. We duwen, trekken en krijgen ‘m met vereende krachten uiteindelijk in de Kangoo. Ik rijd ‘m door naar de werf. Ik huil, ik lach. Een afscheid, een welkom. Ik maak me zorgen en het doet zeer. Het kind lijkt gelaten. Hij gaat haar missen, geen twijfel mogelijk. Maar zijn herwonnen vrijheid lonkt. Hij kan en mag weer: doen en laten wat hij wil. Uitgeven wat hij wil. Gelijk heeft hij. Hij was al vleugellam nog voordat hij gevlogen had. Maar nu the sky als the limit.

De Engelsman zet mijn bed in elkaar. Ik heb er de pest in. Tientallen bedden zette ik in elkaar toen ik mijn winkel nog had. Nu kijk ik als een aap in een roestig horloge. Ik krijg er geen beweging in. “Zal ik even komen?”, zo biedt hij aan. Mokkend zeg ik ja. Het is echt mijn eer te na. Binnen een paar minuten staat het bed. Als een huis. Ook dat nog. Ik bijt op mijn lip, schiet vol en houd de tranen niet meer binnen. Waarom zou ik ook. Te lang te hard gewerkt met te veel gebroken nachten. Word daar maar eens niet sneu van. Schaamteloos snotter ik zijn shirt nat. Echte liefde kent geen grenzen.  

Het kind en ik passen. Naadloos. Hoe heerlijk is het om hem om mij heen te hebben, voor hem te zorgen. Ja, het is anders. Allebei proefden we aan vrijheid. Ik lig ineens weer op mijn oude kleine kamer. Weliswaar in een veel smaller bed. Ik ben op kamers in mijn eigen huis. Maar het is oké. Meer dan. Wat heb ik eigenlijk nodig?

En dan breekt de vakantie aan. Met zon, met regen. Het interesseert me geen bos wortelen. Mijn hoofd heeft lucht nodig. Inspiratie. Ik moet naar buiten, ik moet schrijven. De website maken die de andere vervangt. Ik worstel maar kom boven. Pruts, vloek en tier. Het lukt. Nu alleen Mollie nog zover krijgen dat die meewerkt en dan draai ik weer mee in de online wereld van het shoppen. Op de nieuwe site creëer ik ook een blog-mogelijkheid. Eens kijken of deze werkt.

www.bruttiebuoni.shop

13. aug, 2022

“She loves it”. Blij poseert zijn moeder met de sjaal. Haar lach raakt me. Zoals ook het verdriet dat de Engelsman voelt bij het ineens tastbare verlies van zijn vader. De stoel die leeg blijft.

Zo’n verlies dat je kan overspoelen. Het is ruim 17 jaar geleden dat mijn vader overleed, maar ineens voel ik ‘m dwars door alles heen. Door het verdriet van de Engelsman of door de foto die mijn schoonzus plaatst op facebook. Een foto die hangt in een bar in zijn dorp en die is gemaakt in een periode van zijn leven voor Nederland. Hoe graag wil ik ‘m vragen wie al die mensen zijn, hoe oud hij toen was. Of hij toen al wist dat hij naar Nederland zou gaan. Maar de vragen blijven vragen.

Of het verdriet om dat wat er eens was. Het gevoel dat ik onvoorwaardelijk bij iemand hoorde. Bij mijn ouders, de vader van mijn kind. Natuurlijk is er een verschil. Het ene afscheid is het andere niet. Geen keuze of wel een keuze. Maar in beide gevallen een onvermijdelijk iets. Kun je bij iemand blijven als je hart een paar tuinen verderop ligt?

Het verdriet komt en gaat. Ik dompel me onder en kom weer boven. Het keert me binnenstebuiten, maar het zet ook alles in het juiste perspectief. Verdriet hoort er bij. Zonder verdriet geen besef van geluk. Want dat geluk is er. Ook dat overspoelt me. Als ik wegfiets bij de Engelsman. Als ik met tranen het paadje afloop van de overbuurvrouw.

6. aug, 2022

De Engelsman is uit varen. Hij is onderweg naar Engeland. Dit wordt een vrijgezellig weekend.

Uit mijn werk loop ik de supermarkt binnen. Biefstuk, champignons, ui. Wit brood om mee te soppen. Dit weekend gaat goed beginnen. Mijn hoofd zit vol, ik stuiter. Een sjaal haken was een goed idee. En nee, een tien heeft ie niet gekregen, maar hij mag mee. Niet voor zijn moeder, wel voor zijn schoonzus. Voor zijn moeder heb ik die ene. Die ene aller-, allermooiste sjaal ooit gemaakt. Die van wol, met een verloop van kleuren. Van donkerblauw naar wat lichter en weer terug. Het is de sjaal waar ik uren, weken aan haakte. Die sjaal, die geef ik weg. Het is mijn vriendin die het zetje geeft. “Je moet toch altijd weggeven dat wat je zelf het mooiste vindt?” Ze heeft gelijk. Het is zijn moeder aan wie ik ‘m geef. Beter kan ie nu niet terecht komen.

Het haken brengt rust. Het zelf maken brengt rust. Hoe vaak heb ik het mogen ervaren en hoe vaak vergeet ik het ook weer. Met de kringloop als mijn bakermat, als oase. Er is zoveel wat ik zie, waar ik iets mee denk te kunnen. Geen tijd, maar vooral geen energie. Geen zin, geen doel. Voor wie, voor wat, waarom. Het tij lijkt gekeerd. Achter me, in mijn nieuwe oude kamertje, staat de kastdeur open. Houten kisten vol materiaal, laden die uitpuilen van de wol. Kralen, stukken leer. Oude spijkerbroeken. Het schreeuwt me toe. Van chaos tot rust.

Buiten schijnt de zon. Het vrije weekend lonkt. Ik ga fietsen, het gras maaien. Een lekkere taart maken. Voor mijn kind of mezelf. Of voor de overbuurvrouw. Die haar soulmate nu voor altijd moet missen. Een gemis dat mij raakt tot in mijn tenen. Want wat is die kaart mooi. De kleinzoon die zijn opa naar zijn laatste rustplaats rijdt. Het geeft me kippenvel. Zoveel liefde, zoveel harmonie. Zo hoort het. Zo moet het leven zijn.

31. jul, 2022

Als ik met Bram naar buiten loop, regent het zachtjes. En al loop ik in mijn korte broek, hoe heerlijk is het. De temperatuur is lekker, mijn hoofd goed en Bram witter dan wit na zijn zoveelste verhaarsessie. Bram heeft het druk met ruiken. Mijn gedachten dwalen af.

Naar gisteravond. Blij fiets ik met boodschappen voor zes naar het huis van de Engelsman. We zijn uiteindelijk maar met zijn twee, dus de helft in de tassen kan weer mee terug. Als hij gaat douchen begin ik met koken. Uiteraard wordt het pasta. Laten we wel wezen: ik zal hem het Italiaans met de (pap)lepel ingeven. Iets wat zonder veel moeite gaat overigens, want hij eet alles. Een dankbare eter, zo noemde mijn schoonmoeder mij. Het kookt inderdaad fijn voor iemand die er van geniet. “Mijn broek zit al strakker”, zo grijnsde hij van de week. Tja, de vader van mijn kind groeide veertig kilo tijdens ons huwelijk. Ik hoop dat hij weet waar hij aan begint.

Ik denk aan gistermiddag. In het zonnetje, haakwerk in mijn handen. De grote bol wol kocht ik twee weken terug. Met in gedachten al de sjaal die ik er van zou maken. De kleur is waanzinnig. Donkerblauwgroen. Jarenlang getrouwd geweest met een autospuiter, maar kleuren kan ik nog steeds niet aangeven. Deze sjaal gaat internationaal. Denk ik. Als de Engelsman ‘m mee wilt nemen voor zijn moeder. Eerst maar kijken of ie op tijd af is en of ie wel weg te geven is. Niet alles wat ik maak verdient een knap cijfer. Volgende week gaat hij een paar dagen naar zijn vaderland. Sfeer proeven en vooral genieten met en van zijn familie. Hij heeft gelijk. Ik moet nog even wachten. Maar ook Italië lonkt.

Gistermorgen fietste ik veertig kilometer van kringloop naar kringloop. Wat kan ik er van genieten en wat moet ik zonder. Ik moet gewoon doorgaan met mijn winkeltje. Al is het maar in mijn hoofd. Hoeveel mensen maakte ik blij met dat wat ik tegenkom. Mijn nicht die ondertussen zelf een winkel kan beginnen met al het terracotta wat ik voor haar kookavonturen verzamelde. Mijn schoondochter die hun mooie huisje nog mooier maakt met rotan, riet en hout. “Je lijkt mijn moeder wel”, aldus het kind. Haha, hij dacht er van te zijn verlost. Not. Mijn Engelsman voorzag ik van twee geslepen likeurglaasjes op gekleurde voet. Voor de limoncello nu en de amaretto straks in het najaar. We hebben er aan eentje genoeg samen. Hij drinkt namelijk net zo veel als ik. Maar hoe fijn is het samen nippen aan datzelfde glaasje. Dicht tegen elkaar op de bank, handen ineen. Genieten van het moment. De kus tussendoor smaakt naar meer.

Het is harder gaan regenen. Ik heb geen capuchon, wel blote benen en voeten. Ik trek Bram mee. Het is mooi geweest. Koffie en haken. De sjaal moet af. Nu al zin in.

17. jul, 2022

De sperziebonen doe ik in de tuin. Stoel en hoofd in de schaduw. Mijn benen in de zon. Met een scherp mesje ontpunt ik ze. Geen idee hoe het heet. Ik leg ze in het koele water in de pan. Een beeld van mijn moeder flitst door mijn hoofd. Altijd wel bezig met eten. De boodschappen, de voorpret om te maken waar ze zelf trek in had en dan, vervolgens, het klaarmaken.

Mijn moeder had geen grote wensen. Tenminste, niet dat ik weet. Ze leefde het leven zoals het kwam. Een Italiaanse wispelturige echtgenoot, zij zelf een Friezin met de benen op de grond. Een combinatie die prima werkte. Het huwelijk hield 44 jaar stand tot de dood van mijn vader. Mijn moeder die ’s morgens werkte, boodschappen deed, boeken las, sokken breide of, inderdaad, aan het koken was. Het samen eten als hoogtepunt van de dag. Overzichtelijk en rustig. Saai. Zo vond ik toen. Ik ging het heel anders doen.

En zie nu. Kijk mij nou. Ik zit met het mooie weer met een zak sperziebonen op schoot, hond aan mijn voeten. Midden op zondag. Ik hoef nergens heen. Ik hoef helemaal niks. Ook ik ben bezig met het eten. Boodschappen, de voorpret, het klaarmaken. Mijn was hangt aan de lijn. Ik veeg de tuin, eet een waterijsje. Schrijf wat en geniet van het ogenschijnlijk niks doen. Voor even geen onrust (wat wil ik, wat kan ik). Geen grootse meeslepende gedachten. Geen verdriet, helemaal niks. Gewoon rustig. Alles overzichtelijk, alles onder controle. Straks samen eten met de Engelsman en zijn gezin. Als een moederkloek sleep ik het eten naar het honk. Richting kuikens, richting haan. Met straks het samen eten als hoogtepunt van de zondag. Saai? Echt niet.